Meine geniale Freundin


Elena Ferrante: Meine geniale Freundin

In deze roman, de eerste van wat een trilogie moet worden, beschrijft de verteller, die Elena heet, haar intense vriendschap met Lila. De meisjes groeien op in een arme volksbuurt in Napels, eind jaren vijftig. Ze zijn allebei buitengewoon intelligent, maar een scherp verstand is in hun milieu eerder een vloek dan een zegen. Elena mag, op aandrang van de schooljuffrouw, naar de middelbare school. Lila niet. Die helpt haar vader en broer in de schoenmakerij, maar ze leert zichzelf intussen wel stiekem Grieks en Latijn. Toch slaagt ze er niet in te ontsnappen aan haar lot: trouwen met een jongen die haar en haar familie kan onderhouden.
Ferrante weet onbenoembare gevoelens en emoties haarscherp te fileren. Ze verkent de grenzen van deze vriendschap tot in iedere uithoek. Hoezeer Elena ook haar best doet om haar vriendin te doorgronden, Lila houdt iets ongrijpbaars. Ook voor de lezer, die daardoor de ruimte krijgt om zijn eigen ‘waarheid’ te vormen. Onderstaande scène is voor mij de wezenlijkste en daarmee de ontroerendste scène uit het boek.

Uit Meine geniale Freundin, pag 382 en 383