Melancholie van de onrust


 illustrator: Rosan Hollah

Joke Hermsen heeft in mijn ogen met ‘Melancholie van de onrust’ een briljant essay geschreven waarmee ze de samenleving een grote dienst bewijst. Zonder een moment moralistisch te zijn analyseert ze de mens in zijn uniciteit en generaliteit en blijft niet ‘zweven’ in abstracties, maar duidt concrete maatschappelijke fenomenen, en spreekt de lezer aan op eigen verantwoordelijkheid en persoonlijke invloed. Melancholie van de hoop is de titel van het laatste hoofdstuk van het essay en naar ik vermoed het eerste piketpaaltje dat Joke Hermsen heeft geslagen bij haar onderzoek: troostrijk en inspirerend.

Das Prinzip Hoffnung (1955) van de Duits-Joodse filosoof Ernst Bloch

‘Het gaat erom opnieuw te leren hopen,’ schrijft Bloch in het voorwoord, ‘want de hartstocht van de hoop maakt de mensen breder in plaats van smaller.’ De belangrijkste functie van deze ‘utopische hoop’ is dat zij ons in staat stelt te bekritiseren wat er reeds is. We verzinken namelijk in melancholie, en belanden op een dood spoor, zodra we dit vermogen verliezen.

Kennis van de traditie, van de kunst, de geschiedenis, de wetenschap en de filosofie is een voorwaarde om het onverwachte en onberekenbare nieuwe te scheppen. ‘We moeten het belang van mijmeren en dagdromen opnieuw gaan beseffen. We moeten begrijpen dat af en toe rust nemen, nietsdoen, dagdromen en ons overgeven aan ataraxia (onverstoorbaarheid) en zelfs verveling voorwaarden voor die ‘vervulde ogenblikken’ zijn. Als we naar muziek luisteren, een gedicht lezen of in een mijmering of dagdroom vervallen, licht er een nieuw veld van mogelijkheden op, waar de ‘onbegrensdheid van het utopisch vergezicht en de diepte van de ervaren nabijheid’ voor even samenkomen. Het zijn momenten van inspiratie bij uitstek, die zo wezenlijk zijn voor de mens.

Betekenis voor het onderwijs

Goede docenten zetten leerlingen niet alleen aan het werk voor een laptop of iPad, maar proberen de wereld met verhalen en het overbrengen van kennis voor hen open te leggen, waarmee ze de voorwaarde voor hoop scheppen. Want in de openheid die dan ontstaat kunnen leerlingen studenten uit de veelheid van visies en mogelijkheden datgene kiezen wat hun op grond van het geleerde het meest nastrevenswaardig lijkt.

Het onderwijs, de bakermat van iedere samenleving, zou zich ook veel meer moeten richten op de twee menselijke vermogens bij uitstek, de liefde voor de ander en voor de wereld enerzijds en de creativiteit en het vermogen het onverwacht nieuwe te scheppen anderzijds. (JH, pag 138)